Tankkeuringen

Stookolietanks die gebruikt worden voor de verwarming van een woning moeten verplicht gekeurd worden. Van Raak keurt niet alleen nieuwe tanks, maar ook tanks die al langer in gebruik zijn.

Controle vóór ingebruikname

Elke tank voor stookolie (mazout) moet na de plaatsing, maar vóór de ingebruikname gecontroleerd worden. Als er in de stookolietank(s) bij je woning 5.000 liter of meer kan, dan moet je dat melden bij het college van burgemeester en schepenen van je gemeente. Als het maximum volume van je tank meer dan 20.000 liter is, moet je een milieuvergunning aanvragen vóór de tank geplaatst wordt.

Controle als stookolietank al in gebruik is

Ook na ingebruikname moet je je stookolietank op regelmatige basis laten controleren. Hoe vaak dat moet, hangt af van het volume van de tank, de plaatsing ervan (ondergronds of bovengronds) en de ligging (binnen of buiten de waterwingebieden en beschermingszones).

Weetje: Een ‘ondergrondse tank’ is een tank die in de grond is ingegraven. Een tank in een kelder is dus toch een ‘bovengrondse tank’.

Hoe gaan we te werk?

Een tank van minder dan 5.000 liter moet gecontroleerd worden door een erkende stookolietechnicus.

Een tank vanaf 5.000 liter moet gecontroleerd worden door:

  • een erkende stookolietechnicus of
  • een erkende milieudeskundige in de discipline “houders voor gassen of gevaarlijke stoffen”.

Onze controleurs zijn erkende stookolietechnici en kunnen dus elke tank controleren. Geen enkele tank is te groot voor Van Raak!

Wat na de controle?

Bij iedere controle of onderzoek stelt de erkende technicus of milieudeskundige een certificaat op voor de eigenaar of exploitant. Daaruit moet ondubbelzinnig blijken of de tank al dan niet voldoet aan de wettelijke bepalingen.

Na de controle krijgt jouw tank een groene, oranje of rode dop of merkplaat.

  • Een groene dop of merkplaat betekent dat de tank voldoet aan de wettelijke bepalingen en verder mag worden gebruikt.
  • Een oranje dop of merkplaat betekent dat de tank niet voldoet aan de wettelijke bepalingen, maar dat de vastgestelde gebreken geen aanleiding kunnen geven tot verontreiniging buiten de tank. De tank mag nog worden gevuld of bijgevuld tijdens een overgangsperiode van maximaal 6 maanden. De eigenaar of exploitant moet alle nodige maatregelen nemen om de tank opnieuw in goede staat te brengen. Vóór het verstrijken van de overgangsperiode moet een erkende technicus opnieuw de opslaginstallatie controleren.
  • Een rode dop of merkplaat betekent dat de opslaginstallatie niet voldoet aan de wettelijke bepalingen. In zo’n geval is het verboden de opslagtank te laten vullen. De eigenaar of exploitant moet alle nodige maatregelen nemen om de opslaginstallatie opnieuw in goede staat te brengen. Daarna moet een erkende technicus de opslaginstallatie weer controleren.
Tankkeuringen